7-7-regels-fi

De spelregels van 7 tegen 7 zijn net even anders dan bij een elftal. Vandaar dat we alle speregels op een rij hebben gezet om zo goed voor de dag te komen langs de lijn.

  1. Het pupillenveld is rechthoekig en beslaat vaak een half speelveld.
  2. Het pupillendoel heeft een breedte van 5 meter en een hoogte van 2 meter.
  3. De pupillenbal heeft maat nummer 5.
  4. De pupillenploeg bestaat uit één keeper en zes veldspelers met een minimum van vijf.
  5. Doorlopend wisselen is toegestaan.
  6. De speeltijd voor F-pupillen is 2 x 20 minuten. Voor E-pupillen 2 x 25 minuten en voor D-pupillen 2 x 30 minuten.
  7. Het spel begint of wordt hervat in het midden van het veld.
  8. De buitenspelregel is niet van toepassing.
  9. Een strafschop wordt zelden uitzondering gegeven, op een afstand van acht meter.
  10. De spelers mogen de bal terugspelen naar de keeper. Die mag de bal in de handen nemen.
  11. Er mag continu worden doorgewisseld en dat mag tijdens het spel.
  12. Achterballen mogen door de doelman in het spel worden gebracht door middel van werpen of uit de handen schieten.
  13. Hoekschoppen worden genomen als ‘halve corners’, halverwege de doelpaal en in een hoek van het veld.
  14. Overtredingen worden altijd bestraft met een directe vrije schop, waarbij de tegenstanders op minimaal vijf meter staan.
  15. De inworp wordt op normale wijze genomen. De armen van F-pupillen zijn nog te kort, ze krijgen de bal niet goed over hun hoofd. Laat diegene die foutief inwierp, de inworp overnemen, leg eventueel uit hoe het wel moet.
  16. Coaches, begeleiders en ouders mogen zich tijdens de wedstrijd niet tussen de spelers begeven. Op het speelveld bevinden zich alleen de spelers en de scheidsrechter.

Tenslotte: De scheidsrechter kent maar één bedoeling; de spelers zoveel mogelijk met plezier laten voetballen.

Voor de teams (ook de gasten) staat na afloop van de wedstrijd en na het verlaten van de kleedkamer meestal limonade klaar om lekker tijdens de rust op te drinken.